“Let the Hebrew sport clubs grow and flourish”- by Max Nordau
Aflevering 1: Carry de Wolf-Piller/ 20-02-194/ Atletiek
Door: Leo Groenteman
Leo: Een opzienbarend fenomeen in die jaren, een joods meisje die uitblinkt in handbal en ook nog eens het nationale damesteam haalt, hoe is het allemaal begonnen ?
Carry: Ik heb meegedaan in een schoolwedstrijd, ik viel daar op en door invloed van oudere leerlingen bij de club NILOC terechtgekomen. Het ging allemaal heel relaxed, eerst aspiranten, daarna junioren en op mijn 17e moest ik een keer invallen in het eerste en daar ben ik nooit meer uit weg gegaan. Ik heb hoofdklasse gespeeld en Europa cup en ten slotte ook als kroon op mijn handbalcarrière wel 50 interlands gespeeld en een wereldkampioenschap mogen meemaken.
Leo: Kwam je uit een gezin waar sport belangrijk was?
Carry: Nou eigenlijk is het mij met de paplepel ingegoten, dat wel. Ik werd als kind mee gesjlept naar Wilhelmina Vooruit, waar heel veel Joodse mannen voetbalden, later ook mijn vader, mijn oom en mijn broer. Het veld lag vlak achter het Ajax stadion. Als kind had ik al een seizoenskaart van Ajax voor vak C op de eretribune in de Meer. Ik zat er elke zondag tot het moment dat mijn eigen wedstrijden voor gingen.
Leo: Waren jouw ouders trots ?
Carry: Natuurlijk, apetrots, maar in die tijd bemoeiden de ouders zich niet zoveel met de activiteiten van hun kinderen. We gingen zelf op de fiets naar de trainingen en de wedstrijden. Zo kon het gebeuren dat mijn vader, mij voor het eerst een wedstrijd zag spelen toen ik debuteerde in het Nederlands team. Hij heeft mij daarna natuurlijk wel heel vaak zien spelen, vooral als Ajax afgelast was.
Leo: Was Maccabi en jouw Joods zijn in die tijd belangrijk ?
Carry: In de handbalperiode in mijn Joods zijn nooit een issue geweest. Niemand hield zich er mee bezig en dat ik niet alles at, dat was iedereen een zorg. Je speelde handbal en daar ging het om. Vanaf mijn 20ste veranderde dat , toen kwam de invloed van Maccabi. Ik kwam in contact met de eerste Europese Maccabi spelen in Lyon en vervolgens ging ik in 1965 voor het eerst naar Israel om mee te doen op de Maccabiade, het Joods zijn werd toen een belangrijke factor en Israel werd “mijn land”. Vanaf die tijd heb ik altijd de Joodse plekken in Europa opgezocht, mijn medespelers gingen gewoon mee naar monumenten zoals de restanten van het Ghetto van Warschau en de sjoel in Praag, ze deden het voor mij en hebben er nooit iets van gezegd. Dus je ziet hoeveel invloed Maccabi op mijn leven heeft gehad.
Leo: De Maccabiades kwamen eraan, maar geen handbal?
Carry: Ja, zo gaat dat als je dol bent op sport, ik had een vriendinnetje die atletiek beoefende en die mij meevroeg naar de training. Daar werd bij toeval ontdekt dat ik een goede z.g. werp-arm had en zo kwam speerwerpen in mijn leven. Ik werd al snel jeugdkampioene van Nederland en houdster van het Ned. Jeugd record, via het Nationale jeugdteam kwam ik ook een aantal keren in het Senioren team uit. Rond die tijd 1963 werd Maccabi belangrijk voor mij. De Europese spelen kwamen eraan en mijn kende ondertussen mijn naam, ik werd benaderd om mee te gaan naar Lyon. Daar won ik een paar medailles, ik weet nog dat het een chaotische organisatie was en dat er soms geen medailles waren. Op mijn netvlies staat nog de voetbalwedstrijd Nederland-Engeland, ons elftal had enige boksers in de gelederen en prompt vloog dan ook een Engelse speler een meter of 2 de lucht in, na een opstootje, dat is een van de weinige dingen van die spelen die me bij zijn gebleven.
Leo: En de Maccabiades in Israel, waren die anders?
Carry: Ja en hoe anders. Dat waren de hoogtepunten uit mijn sportleven, het land is nog steeds bijzonder en natuurlijk in die tijd een droomland. In 1965 ging ik de eerste keer mee en won daar goud, een van de 4 Nederlandse gouden plakken. Ik verkeerd in het goede gezelschap van gouden medaille winnaar Tom Okker en van hem kreeg ik daar mijn eerste tennisles. Anton Geesink ging mee als eregast, in de buurt van Kfar Maccabia pikte hij dikwijls een fiets en vetrok dan in korte broek dan het centrum van Tel Aviv, je kunt nagaan wat een bekijks die reus toen had.
Mijn tweede Maccabiade is de meest fantastische geweest. Niet vanwege weer een gouden plak, maar vanwege de sfeer. Geweldig, het was 1969 en de euforie van de 6 daagse oorlog was er nog. Als eregast was dit keer Ada Kok mee en zij was mijn kamergenoot, ik heb in mijn leven nog nooit zoveel en onbeschaamd gelachen, een toptijd. Ik was al gestopt met atletiek, er was geen nieuwe werpster en nadat ik de training weer had opgepikt gooide ik toen een Maccabia record dat 30 jaar heeft gestaan.
Leo: Waren er buiten de sportieve prestaties nog mooie momenten ?
Carry: Ja een absoluut hoogtepunt uit mijn sporttijd beleefd. Er werd een erehaag gevormd door gouden medaille winnaressen, een van elk continent voor…….?? Golda Meir !!! Ik ben vandaag de dag nog trots dat ik hiervoor werd uitgekozen,ik had er een foto van die ik mijn hele leven gekoesterd heb en je gelooft het niet, ik kan ‘m niet vinden. Ik ben in ieder geval aan haar voorgesteld en ze vroeg me of de joodse bevolking in Nederland nog wel gelukkig was, ze zei dat ik maar gauw naar Israel moest komen, ze was een vrouw van klein postuur, maar in mijn herinnering staat ze als een reuzin !!! Een ervaring die ver boven deelnemen, winnen en medailles staat.
Leo: Daarna ben je gestopt ?
Carry: Nee, ik heb toen nog meegedaan in 1973, waar ik als vlaggendrager de ploeg mocht voorgaan, voor de derde keer gewonnen, maar om een of andere reden staat me er niet veel meer van bij. De laatste keer was in 1977, ik hoorde eigenlijk helemaal niet bij de ploeg, ik was er op vakantie met mijn man Eduard en toen bleek dat er voor het scherm-team 4 dames nodig waren en ze hadden maar 3, ze vroegen mij erbij, ik had destijds aan de academie voor lichamelijke opvoeding een akte in schermen gehaald en na een aantal trainingen durfden ze het wel aan met mij, we haalden brons en ik heb nog een paar wedstrijden gewonnen ook.
Leo: De sport en de Maccabiades hebben dus wel een belangrijke invloed gehad?
Carry: Het heeft mijn leven voor altijd beïnvloed, mij bewust gemaakt van mijn afkomst , de bijbehorende geschiedenis en de liefde voor Israel. Dat ik vervolgens in 1997 weer bij de Maccabiade was kwam omdat mijn dochter Michal bij de junior tennisploeg zat, de cirkel was rond, mijn kind liep op de plek waar ik had gelopen, emotioneel en trost zat ik op de tribune. Een schaduw en droefheid was toen echter het instorten van die brug, ondanks dat heeft ook mijn dochter de Maccabiade als heel bijzonder ervaren
De sport is nooit meer weg geweest uit mijn leven, ik heb daarna jaren als sportlerares les mogen geven op Rosj Pina en Maimonides en ik had ook die tijd het voor geen goud willen missen.
Ik ben heel blij dat er een groep jonge mensen zijn die hun tijd gaan geven aan een vernieuwd Maccabi Nederland. Ik wens hen allen heel veel mazzeltov en succes en ik hoop dat de komende spelen in Wenen zeer succesvol zullen zijn.